Column Ernst van Grondelle: Verschuivende normaalwaarden

Foto ter illustratie.
Foto ter illustratie.

Ook ik heb me er als huisarts weleens schuldig aan gemaakt: iemand geruststellen over een klacht, terwijl er toch iets aan de hand was.

Een voorbeeld. Een vrouw met vermoeidheidsklachten vraagt of haar bloeduitslagen iets verklaren. Ik kijk naar twee waarden. De eerste is hemoglobine: de stof in je bloed die zuurstof naar je cellen vervoert. Bij haar is dat 7,8 mmol/L. De tweede is ferritine: de voorraadkast van ijzer in je lichaam. IJzer is, naast andere stoffen, een bouwstof voor hemoglobine. Bij haar is dat 16 µg/L. ,,De uitslagen vallen binnen de normaalwaarden”, zeg ik. Dat klopt, volgens de richtlijnen. Maar het klopt niet helemaal.

Waar komen die normaalwaarden vandaan? De normaalwaarden die artsen gebruiken, komen grotendeels uit bevolkingsonderzoek van decennia geleden. Daarin werd simpelweg gemeten wat de meeste mensen hadden. Niet wat gezond of optimaal was, ma..